ECLI:NL:RVS:2012:BW8617
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asielzaak
De vreemdelingen hadden bij besluiten van 29 februari 2012 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's Gravenhage verklaarde hun beroepen ongegrond bij uitspraken van 24 mei 2012. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De vreemdelingen zouden op 7 juni 2012 worden overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten op grond van de Dublin-verordening (Verordening (EG) 343/2003). Zij betoogden dat de minister op grond van artikel 15 van Pro deze verordening de Oostenrijkse autoriteiten had moeten verzoeken de asielverzoeken aan zich te trekken. De voorzitter oordeelde dat deze grieven nader onderzoek vereisen en dat de procedure zich daar niet goed voor leent.
Gezien het spoedeisend belang en de betrokken belangen besloot de voorzitter de voorlopige voorziening te treffen dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 437,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter G. van der Wiel op 6 juni 2012, in aanwezigheid van ambtenaar van staat M.L.M. van Loo.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.