ECLI:NL:RVS:2012:BW9102
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en toepassing Terugkeerrichtlijn
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen zijn in vreemdelingenbewaringstelling ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde dat de criteria voor inbewaringstelling in het Vreemdelingenbesluit 2000 niet voldoen aan het vereiste niveau van regulering volgens de Terugkeerrichtlijn, omdat deze bepalingen door de minister op korte termijn gewijzigd kunnen worden, wat het rechtszekerheidsbeginsel zou schenden.
De Raad van State overwoog dat de Terugkeerrichtlijn voorschrijft dat de criteria voor het risico op onderduiken in wetgeving moeten zijn vastgelegd, maar dat dit niet vereist dat deze in formele wetgeving moeten zijn opgenomen. Het begrip 'wetgeving' omvat het stelsel van algemeen verbindende voorschriften, zoals het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit besluit voldoet aan het vereiste normatieve kader voor de omzetting van de richtlijn.
De Raad van State zag geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het begrip 'wetgeving'. Ook de overige grieven van de vreemdeling werden verworpen omdat zij geen vragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.