ECLI:NL:RVS:2012:BW9109
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs ernstige schade door willekeurig geweld in Afghanistan
De minister voor Immigratie en Asiel heeft bij besluit van 21 mei 2008 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister de aanvraag ten onrechte had afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het beroep op artikel 15, aanhef en onder c, van Richtlijn 2004/83/EG. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de minister schriftelijk heeft gereageerd op de nieuwe feiten en omstandigheden die de vreemdeling in beroep had ingebracht, zodat het beroep kennelijk gegrond is.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en overweegt dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in de provincie Kunduz een uitzonderlijke mate van willekeurig geweld kent die een reëel risico op ernstige schade oplevert. De overgelegde documenten, waaronder ambtsberichten en rapporten van NGO's, ondersteunen dit niet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit van de minister wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel gehandhaafd.