ECLI:NL:RVS:2012:BW9113
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met gelijkheidsbeginsel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie op 8 december 2009 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte geen ambtshalve beoordeling had verricht van zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel, aangezien aan zijn broer en een derde eerder verblijfsvergunningen waren verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank hierin tekort was geschoten en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling beoordeelde vervolgens het beroep op het gelijkheidsbeginsel zelf. De minister had aangevoerd dat de situaties van de broer en de derde niet vergelijkbaar waren met die van de vreemdeling en motiveerde dit nader met individuele ambtsberichten en rechterlijke uitspraken. De Afdeling vond dat de minister hiermee alsnog voldoende inzicht had gegeven waarom het gelijkheidsbeginsel niet slaagt.
Daarom bleef de rechtsgevolgen van het besluit van 8 december 2009 in stand. De minister werd wel veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.