Uitspraak
201109332/1/A2, blijkt dat de overeenkomst zich in de door de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (hierna: de FIOD) in beslag genomen administratie van het [gastouderbureau] bevindt, zodat het aan de Belastingdienst was om na te gaan of deze door het gastouderbureau was getekend en gedateerd.
201100797/1/H2) bestaat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag indien geen sprake is van een schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van Pro de Wko die de basis vormt voor de kinderopvang. Dit betekent, gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Awir, dat degene die stelt recht te hebben op een voorschot kinderopvangtoeslag dat aan de hand van een schriftelijke overeenkomst met de houder moet aantonen. Voorts betekent dit dat het op de weg van [appellant] ligt om de noodzakelijke gegevens te verstrekken, waaronder een schriftelijke overeenkomst die hij heeft gesloten met het gastouderbureau, welke door beide partijen zijn ondertekend. Dat [appellant] niet beschikte over een door beide partijen getekende overeenkomst komt voor zijn rekening. Nu in de overgelegde overeenkomst de datum van ondertekening en de handtekening van het gastouderbureau ontbreekt, staat niet vast dat de kinderopvang op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden en kan die overeenkomst niet als bewijs van kinderopvang dienen. Anders dan [appellant] heeft aangevoerd, hoefde de Belastingdienst niet na te gaan of zich in de door de FIOD in beslag genomen administratie van het [gastouderbureau] een door het gastouderbureau getekende overeenkomst bevindt. Uit de door [appellant] aangehaalde uitspraak van 30 mei 2012 volgt niet, dat de FIOD de administratie van [gastouderbureau] in beslag heeft genomen, nu die uitspraak betrekking had op een ander gastouderbureau. Voorts heeft de Afdeling in die uitspraak geoordeeld dat de omstandigheid, dat de appellant niet in bezit is van een overeenkomst maar dat deze in de administratie van het gastouderbureau moet zitten en die administratie in beslag is genomen door de FIOD, een omstandigheid is die gelet op artikel 5, eerste lid, van de Wko, gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Awir voor rekening en risico van de aanvrager komt.