Uitspraak
200607474/1), ook een opdrachtgever die via een tussenpersoon arbeid laat verrichten is aan te merken als werkgever. Nu voor de door de vreemdelingen verrichte werkzaamheden ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wav tewerkstellingsvergunningen waren vereist en [appellante sub 1] en [appellante sub 2] daarover niet beschikten, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellante sub 1] en [appellante sub 2] dit artikel hebben overtreden.
200701639/1volgt dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, het de verantwoordelijkheid van een werkgever is om, voordat de arbeid een aanvang neemt, na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Nu in de identiteitsdocumenten van de vreemdelingen is vermeld dat een tewerkstellingsvergunning is vereist, lag het op de weg van [appellante sub 1] en [appellante sub 2] om voor aanvang van de werkzaamheden navraag te doen bij het UWV WERKbedrijf of de Arbeidsinspectie. Onweersproken is dat zij dit niet hebben gedaan. Voor zover [appellante sub 1] en [appellante sub 2] hebben aangevoerd dat zij zijn afgegaan op de feitelijke situatie waaronder de vreemdelingen de werkzaamheden verrichtten en de omstandigheid dat de vreemdelingen beschikten over onder meer een VAR-verklaring en een BTW-nummer, wordt overwogen dat - gelet op hetgeen in 2.3.2. is overwogen - [appellante sub 1] en [appellante sub 2] hieraan niet het gerechtvaardigd vertrouwen mochten ontlenen dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkzaam waren. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat het [appellante sub 1] en [appellante sub 2] volledig is te verwijten dat zij de Wav hebben overtreden.