ECLI:NL:RVS:2012:BX0048
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid minister tot signalering en opheffing van signalering vreemdeling in SIS bevestigd
De vreemdeling had een verzoek tot opheffing van zijn signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS) ingediend, dat door de minister van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de Schengenuitvoeringsovereenkomst (SUO) de grondslag biedt voor signalering in het SIS, maar niet aangeeft welk bestuursorgaan in Nederland deze bevoegdheid heeft. Uit nationale wetgeving volgt dat de minister van Justitie verantwoordelijk is voor signaleringen en opheffingen daarvan. De signalering van de vreemdeling was terecht gedaan en de minister is bevoegd tot opheffing.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep gegrond is en vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de proceskostenveroordeling betrof, omdat de rechtbank de vergoeding van proceskosten ten onrechte had beperkt. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan de vreemdeling terugbetaald.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, proceskostenveroordeling vernietigd en minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling griffierecht.