ECLI:NL:RVS:2012:BX0071
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring minderjarige onrechtmatig wegens ontbreken zwaarwegende belangen
De vreemdeling werd op 24 februari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders. De kern van het geschil betrof de uitleg van de brief van de minister van 10 maart 2011 over de criteria voor inbewaringstelling van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
De rechtbank vond dat de inbewaringstelling gerechtvaardigd was omdat de vreemdeling zich aan het toezicht had onttrokken door na overdracht aan Italië terug te keren naar Nederland. De vreemdeling stelde echter dat de brief alleen ziet op onttrekking aan het Nederlandse toezicht en dat hij zich juist aan het toezicht had gehouden.
De Raad van State overwoog dat niet vaststaat dat de vreemdeling zich in Italië aan het toezicht heeft onttrokken en dat de minister geen zwaarwegende belangen heeft aangevoerd die de inbewaringstelling rechtvaardigen. Daarom is de inbewaringstelling onrechtmatig en wordt het hoger beroep gegrond verklaard. De vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de minderjarige vreemdeling is onrechtmatig verklaard en het hoger beroep gegrond verklaard.