Uitspraak
201111672/1/A1, behandeld op 7 juni 2012, waar JCDecaux B.V., vertegenwoordigd door M. de Wit, bijgestaan door mr. M.Y.C.L. de Wit, advocaat te Rotterdam, en het college, vertegenwoordigd door P.H. Bes, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. S.H. van den Ende, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Outdoor Advertising B.V., vertegenwoordigd door P. Heemskerk en E.M. van den Berg, bijgestaan door mr. F.P. van Galen, advocaat te Leiden, als partij gehoord.
200806492/1/H1, terecht overwogen dat voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat slechts aanleiding is wanneer zo'n belemmering een evident karakter heeft, nu de burgerlijke rechter de eerst aangewezene is om de vraag te beantwoorden of zo'n belemmering zich voordoet. De door JCDecaux B.V. gestelde belemmeringen hebben niet een zo evident karakter dat ze aan de verlening van vrijstelling in de weg staan. Mede in het licht van hetgeen het college en Outdoor Advertising B.V. ter zake hebben opgemerkt, volgt uit de diverse door JCDecaux B.V. aangehaalde overeenkomsten niet zonder meer dat hierin een belemmering is gelegen. Teneinde dit aan te kunnen nemen, is een nadere interpretatie van die overeenkomsten vereist. Daartoe is, zoals hiervoor is overwogen, de burgerlijke rechter de eerst aangewezene.
200304489/1treft geen doel, omdat in die zaak, anders dan in het onderhavige geval, een direct verband bestond tussen het bestreden besluit en de in geding zijnde ruilovereenkomst. Voorts heeft JCDecaux B.V. weliswaar terecht aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op haar betoog dat het college de door haar tegen het besluit van 20 maart 2009 ingebrachte bezwaren onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd, doch dit kan niet leiden tot het door haar daarmee beoogde doel. Uit het besluit van 29 april 2011 kan worden afgeleid dat het college zich verenigt met de in het advies van de bezwaarschriftencommissie vervatte overwegingen waarin op de aangevoerde bezwaren is ingegaan, zodat het college geacht moet worden op alle bezwaren te hebben beslist. Daarbij komt betekenis toe aan de omstandigheid dat het advies van de bezwaarschriftencommissie ter kennis van JCDecaux B.V. is gebracht, zodat het haar duidelijk kon zijn welke motivering aan bedoeld besluit ten grondslag is gelegd.