ECLI:NL:RVS:2012:BX1022
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.G. Drupsteen
- W. Sorgdrager
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom wegens overtreding Wet milieubeheer
Het college van gedeputeerde staten van Groningen legde op 8 september 2010 aan appellante een last onder dwangsom op wegens het in werking hebben van een inrichting zonder de vereiste vergunning op een perceel aan een locatie. Dit volgde nadat het college had geconstateerd dat appellante stoffen accepteerde en verwerkte die niet waren gespecificeerd in een eerder gedoogbesluit.
Appellante maakte bezwaar tegen deze last, stellende dat het handhaven van gedoogvoorwaarden niet mogelijk is en dat de last ten onrechte preventief zou zijn opgelegd omdat geen klaarblijkelijk dreigend gevaar bestond. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de last niet ziet op overtreding van gedoogvoorwaarden, maar op overtreding van artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. De eis van klaarblijkelijk dreigend gevaar geldt slechts voor herstelsancties bij dreigende overtredingen, terwijl hier een overtreding al had plaatsgevonden. Het college was daarom bevoegd handhavend op te treden.
Verder werd geoordeeld dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die het college zouden verplichten af te zien van handhaving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van de Wet milieubeheer is ongegrond verklaard.