ECLI:NL:RVS:2012:BX1069
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en intrekking erkenning keuringsplaats wegens onvoldoende putdiepte
De RDW heeft de erkenning van appellant voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorvoertuigen tot 3500 kg geschorst en later ingetrokken omdat de inspectieput van de keuringsplaats te ondiep was (1,51 meter in plaats van 1,55 meter). Appellant betoogde dat de eis niet van toepassing was en dat de putdiepte anders moest worden gemeten, namelijk vanaf de putbodem tot aan de bodemplaat van het voertuig.
De rechtbank oordeelde dat de putdiepte moet worden gemeten vanaf de bodem van de put tot aan de werkvloer waarop de banden van het voertuig rusten, conform de regeling en het doel van een adequate keuring. De wijziging van de eisen per 1 januari 2006 was bedoeld om de inspectieputten aan te passen aan de toegenomen lengte van keurmeesters en de verkeersveiligheid te verbeteren.
De Raad van State bevestigt dat de RDW bevoegd was tot schorsing en intrekking van de erkenning omdat appellant niet binnen de overgangstermijn van vier jaar de putdiepte heeft aangepast. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de schorsing en intrekking van de erkenning wegens onvoldoende putdiepte.