ECLI:NL:RVS:2012:BX1807
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoeken wegens ontbreken geldige documenten en bewijsnood niet aannemelijk
Appellanten verzochten om het Nederlanderschap, maar de minister van Justitie wees deze verzoeken af wegens het ontbreken van gelegaliseerde geboorteaktes en geldige buitenlandse reisdocumenten. Appellanten stelden dat zij al het mogelijke hadden gedaan om deze documenten te verkrijgen, onder meer door contact te zoeken met de ambassade en vanwege omstandigheden in hun land van herkomst, Azerbeidzjan.
De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij van de Azerbeidzjaanse autoriteiten geen documenten kunnen verkrijgen. Het enkele feit dat hun huis is afgebrand en dat zij van Armeense afkomst zijn, is onvoldoende. Ook het argument dat zij niet naar Azerbeidzjan kunnen reizen, faalt, omdat zij een reguliere verblijfsvergunning hebben en van hen mag worden verlangd dat zij zelf of via derden de documenten proberen te verkrijgen.
Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de dochter van appellanten haar naturalisatieverzoek vóór 1 mei 2009 indiende, toen andere regels golden. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de naturalisatieverzoeken wordt bevestigd.