ECLI:NL:RVS:2012:BX1814

Raad van State

Datum uitspraak
11 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201204753/3/A4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Schikking
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.G. Drupsteen
  • R. van Heusden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:39 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing invordering last onder dwangsom hoogheemraadschap

In deze zaak heeft het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht een last onder dwangsom opgelegd aan verzoeker vanwege het aanbrengen van houten palen zonder ontheffing. De rechtbank had het besluit van 5 januari 2011, waarin de last onder dwangsom werd gehandhaafd, vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Tegen deze uitspraak stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State.

Na het hoger beroep nam het dagelijks bestuur op 18 juni 2012 een besluit tot invordering van de dwangsom, dat door verzoeker werd betwist. Verzoeker vroeg daarop bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening.

De voorzitter overwoog dat het invorderingsbesluit geacht wordt onderdeel te zijn van het bodemgeding en dat de voorlopige voorziening niet bindend is voor de bodemprocedure. Desondanks werd het verzoek om voorlopige voorziening gegrond verklaard en is het invorderingsbesluit geschorst. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.

De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige procesvoering en de mogelijkheid tot schorsing van bestuursbesluiten in voorlopige voorzieningen, met het oog op de bescherming van de belangen van de belanghebbende tijdens de procedure.

Uitkomst: Het besluit tot invordering van de last onder dwangsom is geschorst en het dagelijks bestuur is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.

Uitspraak

201204753/3/A4.
Datum uitspraak: 11 juli 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het beroep in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Westbroek, gemeente De Bilt,
en
het dagelijks bestuur van hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 8 mei 2012, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, gegrond verklaard het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 5 januari 2011, waarbij is gehandhaafd het besluit van 20 juli 2010, waarbij het dagelijks bestuur hem een last onder dwangsom heeft opgelegd vanwege de in afwijking van de op 10 november 2008 verleende ontheffing aangebrachte houten palen onder een brug in de watergang langs de Burgemeester Huydecoperweg, het besluit van 5 januari 2011 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 mei 2012, hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 18 juni 2012 heeft het dagelijks bestuur een besluit tot invordering genomen.
[verzoeker] heeft bij brief van 26 juni 2012 de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Ingevolge artikel 5:39, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, heeft het hoger beroep tegen de de last onder dwangsom mede betrekking op een beschikking die strekt tot invordering van de dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
Ingevolge het vierde lid is het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening.
2.2.1. Bij besluit van 18 juni 2012 heeft het dagelijks bestuur besloten tot invordering over te gaan. Dit besluit wordt, nu [verzoeker] deze beschikking betwist, gelet op artikel 5:39, eerste lid, van de Awb, geacht eveneens onderwerp te zijn van het bodemgeding.
2.2.2. Op het moment dat door de voorzitter werd beslist op het verzoek om voorlopige voorziening betreffende de last onder dwangsom, was niet bekend dat inmiddels door het dagelijks bestuur een invorderingsbeschikking was genomen en dat [verzoeker] dit besluit betwistte.
Wat betreft het bij brief van 26 juni 2012 ingekomen verzoek om voorlopige voorziening wordt overwogen dat de voorzitter bij uitspraak van 26 juni 2012 bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover hier van belang, de werking van de uitspraak van de rechtbank heeft geschorst voorzover daarbij de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten van het door de rechtbank vernietigde besluit van 5 januari 2011 van het dagelijks bestuur, en het besluit van het dagelijks bestuur van 20 juli 2010, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd, heeft geschorst. Gelet hierop bestaat aanleiding bij wijze van voorlopige voorziening de invorderingsbeschikking van 18 juni 2012 te schorsen.
2.3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen.
2.4. Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht van 18 juni 2012;
II. veroordeelt het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Van Heusden
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2012
163-379.