Uitspraak
200206819/1, is artikel 3:11 van Pro de Awb te zien als een uitwerking van de openbaarmakingsplicht, die ziet op het uit eigen beweging verstrekken van informatie door een bestuursorgaan.
200907470/1/R3, acht de Afdeling het in beginsel aanvaardbaar dat de op het plan betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan op een andere plaats binnen het gemeentehuis ter inzage liggen dan het plan zelf. Om te verzekeren dat ten aanzien van deze stukken daadwerkelijk wordt voldaan aan de actieve openbaarmakingsplicht, dient bij een dergelijke handelwijze het plan vergezeld te gaan van een duidelijke omschrijving van die stukken, bijvoorbeeld door een inventarislijst waarop staat vermeld welke stukken het betreft, en dient kenbaar te worden gemaakt en verzekerd te zijn dat deze op afroep onverwijld beschikbaar zijn voor inzage. Op pagina 3 van het ontwerpplan is vermeld welke onderzoeken aan het ontwerpplan ten grondslag liggen en waar deze onderzoeken op te vragen zijn. Belanghebbenden hadden gedurende de terinzageligging van het plan de onderzoeken kunnen opvragen en kunnen verkrijgen, zodat zij deze konden betrekken bij hun zienswijze. Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de raad niet aan zijn actieve openbaarmakingsplicht heeft voldaan.