ECLI:NL:RVS:2012:BX2072
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat verhoging leges voor Turkse gezinsleden verboden beperking is onder besluit nr. 1/80
De zaak betreft het hoger beroep van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het heffen van een verhoogde leges voor de verlenging van een verblijfsvergunning aan een Turkse vreemdeling onrechtmatig achtte. De vreemdeling is gezinslid van een Turkse werknemer die tevens de Nederlandse nationaliteit bezit.
De Raad van State overweegt dat artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80 ook geldt voor gezinsleden van Turkse werknemers die naast de Turkse nationaliteit ook de nationaliteit van de lidstaat van ontvangst hebben verkregen. Dit volgt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin het belang van het vrije verkeer van werknemers en gezinshereniging wordt benadrukt.
De minister stelde dat het heffen van leges en de verhoging daarvan niet onder artikel 13 valt Pro omdat het een administratieve maatregel betreft. De Raad van State oordeelt echter dat een disproportionele legesheffing een verboden beperking vormt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de verhoging van de leges van €30,00 naar €188,00 onevenredig is en dat het teveel betaalde bedrag moet worden terugbetaald.
De Raad van State verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. Hiermee wordt de bescherming van Turkse gezinsleden onder het associatierecht gewaarborgd tegen onevenredige financiële belemmeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de verhoging van leges een verboden beperking is.