ECLI:NL:RVS:2012:BX2077
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste uitleg traumatabeleid bij vertrek uit derde land in asielprocedure
De zaak betreft een hoger beroep van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond verklaarde.
De vreemdeling, geboren in Armenië, vluchtte na traumatische gebeurtenissen in zijn land van herkomst via Georgië en Rusland naar Nederland. De rechtbank had geoordeeld dat de minister het zogenoemde traumatabeleid niet juist had toegepast, met name ten aanzien van de derdelandenexceptie en het causale verband tussen traumatische gebeurtenissen en vertrek.
De Raad van State stelt dat het beleid correct moet worden uitgelegd: bij vertrek uit een derde land later dan zes maanden na inreis moet aannemelijk worden gemaakt dat eerder vertrek niet mogelijk was. De vreemdeling heeft dit niet aannemelijk gemaakt, gezien zijn langdurige verblijf in Georgië en Rusland. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.