ECLI:NL:RVS:2012:BX2090
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na beoordeling proces-verbaal en formulier
De vreemdelingen hadden hun wens om asiel aan te vragen mondeling kenbaar gemaakt op 12 april 2011, waarbij processen-verbaal van verhoor werden opgesteld die vooral dienden om hun identiteit vast te stellen en hen te confronteren met dactyloscopisch onderzoek. De rechtbank had deze processen-verbaal onterecht aangemerkt als formele asielaanvragen in de zin van artikel 4, tweede lid, van de Verordening (EG) 343/2003.
De vreemdelingen dienden vervolgens op 11 juli 2011 de formulieren in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke wel als formele asielaanvragen in de zin van de Verordening worden beschouwd. De Raad van State oordeelt dat noch uit de Verordening, noch uit de considerans kan worden afgeleid dat deze formulieren het asielrelaas en de asielmotieven moeten bevatten.
De Raad benadrukt dat de Verordening niet voorschrijft hoe lidstaten hun asielprocedures moeten inrichten en dat de termijn tussen de intentieverklaring en het opstellen van een proces-verbaal zo kort mogelijk moet zijn, maar dat dit niet geldt voor het indienen van het formulier. Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.