Uitspraak
200909551/10/R1), kan de vraag naar de rechtstreekse werking van bepalingen van een richtlijn alleen rijzen in gevallen van incorrecte implementatie of indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd.
Raad van State
De Belastingdienst stelde de zorgtoeslag van appellant over 2008 op nihil vast en vorderde de reeds uitbetaalde voorschotten van €738 terug. Appellant had een collectieve ziektekostenpolis via Van Breda International, bestemd voor personeelsleden van het ICTY, maar deze polis was niet gemeld bij het College zorgverzekeringen (CvZ) en voldoet daarom niet aan de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Appellant voerde aan dat de verplichting tot voorafgaande melding van zorgverzekeringen bij de zorgautoriteit niet verenigbaar is met Europese richtlijnen, met name Richtlijn 92/49/EEG. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze verplichting een noodzakelijk en proportioneel middel is ter bescherming van consumenten en het voorkomen van fraude, en derhalve correct is geïmplementeerd.
Omdat de ICTY-polis niet voldeed aan de wettelijke eisen en niet was gemeld, kon appellant niet worden aangemerkt als verzekerde in de zin van de Zvw en had hij geen recht op zorgtoeslag. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de zorgtoeslag wordt bevestigd.