ECLI:NL:RVS:2012:BX2574

Raad van State

Datum uitspraak
20 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201205961/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T.G. Drupsteen
  • E.M. Ouwehand
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.8 WroArt. 3:11 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen herziening bestemmingsplan De Kwinkelier Bilthoven

De raad van de gemeente De Bilt stelde op 26 april 2012 het bestemmingsplan 'De Kwinkelier Bilthoven, eerste herziening' vast. De besloten vennootschap B.V. Nederlandsche Woningfinanciering-Maatschappij stelde hiertegen beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om het plan te schorsen.

De voorzitter behandelde het verzoek op 11 juli 2012, waarbij partijen werden gehoord. De herziening betrof met name aanpassingen in hoogtematen en planregels ten opzichte van het eerder vastgestelde bestemmingsplan van oktober 2010, dat onherroepelijk was geworden.

De voorzitter oordeelde dat de aangevoerde gronden onvoldoende aanleiding geven om aan te nemen dat het plan in de bodemprocedure niet in stand zal blijven. De klacht over het niet openbaar maken van een achterliggend bouwplan en het beraadslagen in besloten vergadering werd verworpen, mede omdat het bouwplan niet als noodzakelijk stuk voor beoordeling van het ontwerpbestemmingsplan werd aangemerkt.

Ook de stelling dat het gemeentebestuur niet had gereageerd op verzoeken om inzage in raadscommissienotulen werd gemotiveerd weersproken. De voorzitter concludeerde dat geen belangen van de verzoekster zijn gebleken die een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan is afgewezen.

Uitspraak

201205961/2/R2.
Datum uitspraak: 20 juli 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. Nederlandsche Woningfinanciering-Maatschappij, gevestigd te Naarden,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente de Bilt,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "De Kwinkelier Bilthoven, eerste herziening" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de besloten vennootschap bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juni 2012, beroep ingesteld.
Bij dezelfde datum heeft de besloten vennootschap de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 juli 2012, waar de besloten vennootschap, vertegenwoordigd door mr. F.H.A.M. Thunissen, advocaat te Amsterdam, vergezeld van drs. D.P.C. Ochtman en F.C.M. Schoonhoven, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. Oosterkamp en C.W. de Rooij, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is de besloten vennootschap Synchroon B.V., vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam, vergezeld van ing. R.W. de Wit, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Op 28 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "De Kwinkelier Bilthoven" vastgesteld. Dit plan voorziet in een juridisch planologische regeling voor het gebied van het winkelcentrum De Kwinkelier in Bilthoven. Met dit plan wordt beoogd het winkelcentrum te herontwikkelen, te renoveren en het winkeloppervlakte te verruimen. Het plan biedt tevens ruimte om woningen aan het winkelcentrum toe te voegen. Bij uitspraak van 27 juni 2012, no.
201100381, heeft de Afdeling de hiertegen ingestelde beroepen, waaronder dat van de besloten vennootschap, ongegrond verklaard en is het laatstgenoemd plan onherroepelijk geworden.
2.3. Met de herziening is de verbeelding op een aantal punten gewijzigd, zodanig dat met name hoogtematen zijn aangepast. Daarnaast zijn de planregels op een aantal punten herzien. Het verzoek om voorlopige voorziening strekt tot schorsing van dit plan.
2.4. Hetgeen de besloten vennootschap in beroep heeft aangevoerd geeft de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat moet worden aangenomen dat het plan in de bodemprocedure niet in stand blijft. Daarbij neemt de voorzitter het volgende in aanmerking.
2.5. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2012 behoeven een aantal beroepsgronden in deze procedure geen bespreking meer.
2.6. De besloten vennootschap beklaagt zich onder meer over het feit dat een achterliggend bouwplan niet openbaar is gemaakt en dat de raad in een besloten vergadering over dit plan heeft beraadslaagd.
2.7. Ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) gelezen in samenhang met artikel 3:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht legt het college van burgemeester en wethouders het ontwerp van het bestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp, ter inzage. Het bouwvoornemen kan in dit geval vooralsnog niet worden aangemerkt als een stuk dat nodig is voor de beoordeling van het ontwerpbestemmingsplan.
2.8. De stelling van de besloten vennootschap dat het gemeentebestuur niet heeft gereageerd op verzoeken om inzage in raadscommissienotulen van een vergadering van 11 november 2011, heeft de raad gemotiveerd weersproken.
2.9. In de Wro kan geen aanwijzing worden gevonden voor de stelling van de besloten vennootschap dat de indiener van een zienswijze separaat op de hoogte dient te worden gesteld van het commentaar waartoe de zienswijze de raad aanleiding heeft gegeven.
2.10. Gelet op het vorenstaande en na afweging van de betrokken belangen, waarbij niet gebleken is van zodanige belangen van de besloten vennootschap die het treffen van een voorlopige voorziening zouden kunnen rechtvaardigen, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Ouwehand
Voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2012
224.