ECLI:NL:RVS:2012:BX2787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering verblijfsvergunning onbepaalde tijd
De minister van Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd af, omdat de vreemdeling niet gedurende vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het beleid van de minister, zoals vermeld in de Vreemdelingencirculaire 2000, waarbij geen verblijfsvergunning wordt verleend aan vreemdelingen die korter dan vijf jaar in Nederland verblijven met een geldige vergunning, correct is toegepast. De rechtbank had terecht getoetst of bijzondere omstandigheden volgens artikel 4:84 Awb Pro waren aangevoerd, maar deze werden niet voldoende onderbouwd door de vreemdeling.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De minister had voldoende gemotiveerd dat de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding gaven om van het beleid af te wijken. Tevens werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de aangehaalde vergelijkbare zaak niet vergelijkbaar was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 juli 2012.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.