Uitspraak
200905577/1/R2).
Raad van State
De raad van de gemeente Almere stelde op 24 november 2011 het bestemmingsplan 'Film-, Park-, Dans-, Verzetswijk en Lumièrepark' vast, waarin wijzigingsbevoegdheden voor horeca en recreatie binnen het Lumièrepark zijn opgenomen. Een omwonende, wonend op de vierde etage nabij het park, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege zorgen over parkeeroverlast en aantasting van haar uitzicht.
De appellant vreesde dat bezoekers en personeel van de horecagelegenheid hun auto's in haar woonomgeving zouden parkeren, ondanks betaald parkeren in het stadscentrum. De raad stelde dat de bestaande blauwe zone rondom het appartementencomplex waarschijnlijk zou worden uitgebreid, waardoor parkeeroverlast beperkt zou blijven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de wijzigingsbevoegdheid onaanvaardbare parkeeroverlast zou veroorzaken.
Verder stelde appellant dat het uitzicht en de rust door een 7 meter hoge horecagelegenheid en een wandelboulevard zouden worden aangetast. De raad verwees naar stedenbouwkundige visualisaties en de afstand van ongeveer 150 meter tussen woning en horecagelegenheid. De Afdeling bevestigde dat er geen recht op vrij uitzicht bestaat en dat het plan niet onevenredig het uitzicht schaadt.
De Afdeling concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Lumièrepark wordt ongegrond verklaard.