Uitspraak
201012872/1/T1/A4; hierna de tussenuitspraak) heeft de Afdeling het college van gs opgedragen om binnen vier weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 22 november 2010 te herstellen.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 22 november 2010 een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan en bewerken van afval- en bouwstoffen te Huissen, waarbij het incidenteel gebruik van bepaalde installaties werd geweigerd. Tegen dit besluit stelden meerdere partijen beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak vast dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot specifieke vergunningvoorschriften. Het college van gedeputeerde staten wijzigde daarop het besluit in april 2012. De Raad van State oordeelde dat de gewijzigde besluiten gegrond waren en dat de beroepen daartegen ongegrond waren.
De oorspronkelijke vergunning werd vernietigd voor de betreffende voorschriften. De beroepen van appellanten tegen het oorspronkelijke besluit werden gedeeltelijk gegrond verklaard, terwijl het beroep van het college van burgemeester en wethouders van Westervoort gegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend, maar het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 22 november 2010 is gedeeltelijk vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering; gewijzigde besluiten zijn bevestigd en beroepen daartegen ongegrond verklaard.