Uitspraak
200806708/1/H2en van 2 februari 2011 in zaak nr.
201004295/1/H2), is het aan de staatssecretaris van Justitie (thans: de minister voor Immigratie en Asiel) om te beoordelen of een vreemdeling hier te lande rechtmatig verblijft en mag de Belastingdienst zich in beginsel baseren op de verblijfstitelcodes die in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: de GBA) zijn opgenomen. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat de Belastingdienst uit mocht gaan van de in de GBA gevonden informatie dat de partner volgens de daar op 21 maart 2007 vermelde verblijfstitelcode vanaf die dag rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 heeft. Dat de Tweede Kamer der Staten Generaal, als gesteld, in november 2006 heeft ingestemd met het generaal pardon, maakt de in de GBA vermelde datum niet willekeurig. Die is gerelateerd aan het moment, waarop in het voortgezet verblijf voor de partner is berust. Het betoog faalt.