ECLI:NL:RVS:2012:BX3308
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- S.F.M. Wortmann
- R.F.J. Bindels
- Rechtspraak.nl
Herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2010 wegens rechtsgeldige overeenkomst tussen gastouderbureau en ouders
In deze zaak betrof het een geschil over het voorschot kinderopvangtoeslag over de periode 1 januari 2010 tot en met 14 juli 2010. De Belastingdienst had het voorschot voor deze periode vastgesteld op nihil omdat zij oordeelde dat er geen rechtsgeldige overeenkomst was tussen het gastouderbureau en de ouder, aangezien het gastouderbureau een eenmanszaak was en de houder en ouder dezelfde persoon was.
De rechtbank had dit standpunt gevolgd en het beroep van appellante ongegrond verklaard. Appellante stelde echter dat de overeenkomst rechtsgeldig was omdat ook haar echtgenoot, als mede-ouder, de overeenkomst had ondertekend. De Raad van State stelde vast dat de rechtbank dit had miskend en dat de overeenkomst daardoor wel rechtsgeldig was.
De Belastingdienst voerde aan dat artikel 5, tweede lid, van de Wet kinderopvang (Wko) dit zou verhinderen omdat beide ouders als één aanspraak worden gezien. De Raad van State verwierp dit standpunt en oordeelde dat dit niet betekent dat de ouders als één partij in de zin van het Burgerlijk Wetboek moeten worden gezien.
Ook het beroep op artikel 88 van Pro Boek 1 BW door de Belastingdienst werd verworpen omdat het sluiten van de overeenkomst niet als een rechtshandeling in die zin kan worden aangemerkt.
De Raad van State concludeerde dat het besluit van 23 december 2010 in strijd was met het bestuursrecht en droeg de Belastingdienst op het besluit te herstellen door alsnog te onderzoeken of appellante recht heeft op het voorschot kinderopvangtoeslag over de genoemde periode en dit te motiveren of het besluit te wijzigen.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst wordt vernietigd en opgedragen te herstellen door het voorschot kinderopvangtoeslag over 1 januari tot 14 juli 2010 opnieuw te beoordelen en te motiveren.