Uitspraak
200600367/1), is de wettelijke beslistermijn, neergelegd in artikel 7:10 van Pro de Awb, geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Daargelaten of die termijn in dit geval is overschreden, tast overschrijding van die termijn op zich de rechtmatigheid van het besluit niet aan. Tegen een vermeende overschrijding van die termijn had [appellant] bovendien rechtsmiddelen kunnen aanwenden, hetgeen hij niet heeft gedaan. Voorts wordt overwogen dat geen wettelijke regel valt aan te wijzen die ondertekening van een verweerschrift vereist. Evenmin is vereist dat een besluit is gedateerd, met dien verstande dat een besluit ingevolge artikel 3:40 van Pro de Awb niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Niet in geschil is dat het besluit op het bezwaar van [appellant] overeenkomstig artikel 3:41, eerste lid, van de Awb bij een op 2 februari 2011 aan [appellant] verzonden brief is bekendgemaakt. Aannemelijk is dat de datering van het besluit overeenstemt met de datering van de brief, te weten 1 februari 2011. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat hij tot op heden geen reactie van het college heeft ontvangen op zijn klacht, heeft de rechtbank terecht overwogen dat die klacht buiten het kader van deze procedure valt. Gelet hierop heeft de rechtbank in de door [appellant] aangevoerde omstandigheden terecht geen grond aanwezig geacht voor vernietiging van het op 2 februari 2011 verzonden besluit.