AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter bij behandeling voorlopige voorziening
Tijdens de zitting op 5 juli 2012 verzocht verzoeker om wraking van staatsraad Polak, voorzitter belast met de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat Polak niet van de zaak op de hoogte was, stukken niet kende en zijn positie als voorzitter misbruikte. Polak berustte niet in de wraking. Vervolgens verzocht verzoeker ook om wraking van leden van de wrakingskamer, welke verzoeken later werden ingetrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De voorzitter wordt verondersteld onpartijdig te zijn en de beslissingen omtrent zittingsorde en onderzoek zijn niet wrakingsgrond tenzij sprake is van flagrante schending van fundamentele rechtsbeginselen.
Gelet op de feiten en omstandigheden achtte de Afdeling geen aanleiding voor vrees voor partijdigheid van staatsraad Polak. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 augustus 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad Polak wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.
Uitspraak
201205941/3/A3 en 201205941/4/A3.
Datum beslissing: 6 augustus 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om toepassing van artikel 8:15 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
1. Procesverloop
Tijdens de zitting op 5 juli 2012 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. J.E.M. Polak (hierna: staatsraad Polak), als voorzitter belast met de behandeling van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening, zaak nr. 201205941/2/A3. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 juli 2012, heeft [verzoeker] het verzoek toegelicht.
Staatsraad Polak heeft niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft ter zitting van 17 juli 2012 [verzoeker] gehoord. Staatsraad Polak heeft te kennen gegeven geen gebruik te maken van de gelegenheid te worden gehoord.
Tijdens die zitting heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. A.W.M. Bijloos (hierna: staatsraad Bijloos), als lid van de wrakingskamer van de Afdeling belast met de behandeling van het verzoek om wraking van staatsraad Polak. Hierop is de zitting geschorst.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 juli 2012, heeft [verzoeker] tevens verzocht om wraking van mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen (hierna: staatsraad Van der Beek), als voorzitter van die wrakingskamer.
Staatsraad Bijloos en staatsraad Van der Beek-Gillessen hebben niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft op 30 juli 2012 [verzoeker] gehoord. Staatsraad Bijloos en staatsraad Van der Beek hebben elk afzonderlijk te kennen gegeven geen gebruik te maken van de gelegenheid te worden gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ter zitting van 30 juli 2012 heeft [verzoeker] het verzoek om wraking van staatsraad Bijloos en het verzoek om wraking van staatsraad Van der Beek ingetrokken. Om proceseconomische redenen heeft de Afdeling vervolgens ter zitting het verzoek om wraking van staatsraad Polak aan de orde gesteld.
2.2. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 vanPro de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Ingevolge artikel 49, eerste lid, van de Wet op de Raad van State zijn deze artikelen van overeenkomstige toepassing indien bij de Afdeling hoger beroep wordt ingesteld.
2.3. Het verzoek om wraking van staatsraad Polak berust op de stelling dat staatsraad Polak de zaak niet kan behandelen, omdat hij niet van de zaak kennis heeft genomen, hij de ingediende stukken niet kende, hij het verzoek om voorlopige voorziening en de gronden ervan niet in behandeling heeft willen nemen en hij zijn positie als voorzitter van de Afdeling en de aan hem toegekende macht heeft willen misbruiken.
2.4. De ratio van het instituut van wraking is gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke partijdigheid en tegen de schijn van partijdigheid. Een wrakingsgrond dient te zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Daarbij geldt dat de desbetreffende staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat degene die om wraking verzoekt aannemelijk moet maken dat sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.
Staatsraad Polak had, als voorzitter belast met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, de leiding over het onderzoek ter zitting. De beslissingen omtrent het verloop van de zitting, de omvang en inhoud van het aldaar in de desbetreffende zaak te verrichten onderzoek en de orde in de zittingszaal staan als zodanig in een wrakingsprocedure niet ter beoordeling. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien sprake is van flagrante schending van eisen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen en die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken staatsraad. Daarvan is in dit geval niet gebleken.
Gezien het voorgaande ziet de Afdeling in de door [verzoeker] gestelde feiten en omstandigheden geen aanknopingspunten die de vrees kunnen rechtvaardigen dat staatsraad Polak niet in onpartijdigheid zijn oordeel in zaak nr. 201205941/2/A3 zal kunnen vormen.
2.5. Het verzoek om wraking dient te worden afgewezen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. T.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van staat.