ECLI:NL:RVS:2012:BX5039
Raad van State
- Hoger beroep
- H.Troostwijk
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bewaring vreemdeling na vertrek naar andere lidstaat en belangenafweging
De vreemdeling werd op 20 april 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat paragraaf A6/5.3.3.6. van de Vreemdelingencirculaire 2000 niet van toepassing was. Deze paragraaf betreft het risico dat Dublinclaimanten zich aan toezicht onttrekken, wat in beginsel altijd aanwezig is. De Raad stelt echter vast dat deze paragraaf niet van toepassing is op situaties waarin de vreemdeling wordt overgenomen van een andere lidstaat.
De minister heeft terecht gewezen op het feit dat de vreemdeling Nederland eerder heeft verlaten en in een andere lidstaat een asielaanvraag heeft ingediend, terwijl Nederland zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van het asielverzoek. Dit weegt zwaar in de belangenafweging en rechtvaardigt de bewaring.
De gronden voor de bewaring, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen, het niet naleven van verplichtingen en het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats, zijn niet bestreden door de vreemdeling. Uit deze feiten blijkt het risico op onttrekking aan toezicht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.