Uitspraak
201106873/1/A1) is het enkele tijdsverloop geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college in redelijkheid van handhavend optreden had behoren af te zien. De rechtbank heeft derhalve terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college om die reden in redelijkheid niet meer tegen het strijdige gebruik kon optreden.
201110622/1/A1) biedt de omstandigheid dat handhavend optreden mogelijk ernstige financiële gevolgen heeft voor degene, ten laste van wie wordt gehandhaafd, geen grond voor het oordeel dat dit optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat het bestuursorgaan daarvan om die reden behoort af te zien. Hierbij is van belang dat [appellant], door zijn bedrijven in strijd met de bestemming en zonder vergunning uit te breiden, het risico heeft genomen dat daartegen handhavend zou worden opgetreden. De rechtbank heeft in de door [appellant] gestelde gevolgen van handhavend optreden voor de voortzetting van zijn bedrijven derhalve terecht geen aanleiding gezien om aan te nemen dat er sprake is van omstandigheden op basis waarvan het college had moeten afzien van handhaving.
201103949/1/H1), bij de begunstigingstermijn als uitgangspunt geldt dat deze niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen en niet mag worden vastgesteld als overbrugging naar de inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan.