Uitspraak
200909881/1/R1, anders dan onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) de raad in een onder de Wro vastgesteld bestemmingsplan zichzelf geen wijzigingsbevoegdheid kan voorbehouden. Waar in artikel 11, eerste lid, van de WRO is bepaald dat de raad zich deze bevoegdheid zelf kan voorbehouden, is in de tekst van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro deze zinsnede weggelaten. Hieruit volgt dat de wetgever van de WRO is afgeweken en slechts heeft willen toestaan dat deze bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders wordt toegekend. De ratio hiervoor is gelegen in het feit dat de raad de mogelijkheid heeft om zelf een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
200604542/1, en gemaakte afspraken met de gemeente Wassenaar. [appellant sub 3] stelt dat dit ten onrechte niet is gebeurd vanwege de realisering van woningen in de nabije omgeving van zijn perceel. Volgens [appellant sub 3] had voor voornoemde woningen geen bouwvergunning verleend mogen worden wegens de milieubelasting op deze woningen. Dit is miskend in de onderliggende milieurapporten, aldus [appellant sub 3]. [appellant sub 3] verzoekt voorts om planschade en nadeelcompensatie.