ECLI:NL:RVS:2012:BX5382
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging inschrijving minderjarige in gemeentelijke basisadministratie
De zaak betreft een verzoek van appellant om correctie van de inschrijving van zijn minderjarige dochter in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba) voor de periode van 2 maart 2006 tot 22 juni 2007. De moeder had de dochter zonder toestemming van appellant op haar adres ingeschreven. Het college van burgemeester en wethouders wees het verzoek tot wijziging af, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat de inschrijving onrechtmatig was omdat de beleidsregel voorschrijft dat voor een adreswijziging van een minderjarige de toestemming van beide ouders vereist is, en dat de inschrijving in strijd was met bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek over gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats. De Raad van State oordeelde dat de verplichting tot aangifte van adreswijziging op beide ouders rust, maar dat de wet niet voorschrijft dat inschrijving moet worden geweigerd als één ouder geen toestemming geeft.
De Raad stelde vast dat het college bij weigering van toestemming nader onderzoek verricht naar de juistheid van de aangifte. Omdat de dochter feitelijk ongeveer evenveel bij beide ouders verbleef, konden beide adressen als woonadres worden aangemerkt. De Raad concludeerde dat het college terecht het verzoek tot correctie heeft afgewezen en dat er geen sprake was van schending van de redelijke termijn in de procedure.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de inschrijving van de dochter in de gemeentelijke basisadministratie is afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.