ECLI:NL:RVS:2012:BX5949
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving als beëdigd tolk en vertaler na niet-ontvankelijkverklaring bezwaar
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om haar niet in te schrijven als beëdigd tolk en vertaler en niet te plaatsen op de Uitwijklijst. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet tijdig waren ingediend. De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat de hersteltermijn voor het aanvullen van de gronden pas na afloop van de bezwaartermijn mocht aanvangen en dat de aanzegging door een griffier onbevoegd was. De Raad van State verwierp deze argumenten en oordeelde dat de hersteltermijn tijdig was gesteld en dat de griffier bevoegd was om de aanzegging te doen.
De Raad bevestigde dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard kon worden omdat de gronden niet binnen de gestelde termijnen waren ingediend, tenzij sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding of gerechtvaardigd vertrouwen, wat hier niet het geval was. De rechtbank had de rechtsgevolgen terecht in stand gelaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.