ECLI:NL:RVS:2012:BX5965
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- K.J.M. Mortelmans
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handelsvergunning memantine hydrochloride door CBG
Synthon heeft bij het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) aanvragen ingediend voor inschrijving van memantine hydrochloride bevattende geneesmiddelen in het register, waarbij Nederland als referentielidstaat werd aangewezen. Het CBG heeft deze aanvragen afgewezen omdat zij niet voldeden aan de vereisten van Richtlijn 2001/83/EG, met name omdat het referentiegeneesmiddel Akatinol niet over een volledig dossier beschikte dat aan het gemeenschapsrecht voldeed.
De rechtbank 's-Gravenhage heeft het beroep van Synthon tegen deze besluiten ongegrond verklaard. Synthon stelde dat de decentrale procedure niet heropend mocht worden nadat algehele instemming was bereikt, maar dit betoog werd verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vaststelling van algehele instemming een procedurele handeling is en geen definitief besluit met rechtsgevolgen.
Verder werd geoordeeld dat het CBG terecht onderzoek deed naar de rechtmatigheid van de Luxemburgse handelsvergunning voor Akatinol, die zonder het vereiste dossier was verleend. Hierdoor kon Akatinol niet als referentiegeneesmiddel worden aangemerkt en behoorde het niet tot dezelfde handelsvergunning als Axura, waarvoor wel een geldige vergunning bestond. De beschermingstermijn van dossiergegevens begint daarom pas met de vergunning voor Axura. Het hoger beroep van Synthon werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Synthon wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.