ECLI:NL:RVS:2012:BX6239
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Oeigoerse vreemdelingen
De minister voor Immigratie en Asiel heeft bij besluiten van 23 oktober 2011 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage heeft deze besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdelingen dienden een verweerschrift en aanvullende stukken in, waarvan sommige niet tijdig waren overgelegd en daarom niet in de beoordeling konden worden betrokken.
De Raad van State oordeelde dat het standpunt van de minister dat Oeigoerse vreemdelingen die in het buitenland asiel hebben aangevraagd niet automatisch een reëel risico lopen bij terugkeer naar China, deugdelijk was gemotiveerd en in lijn met eerdere uitspraken en informatie. De grief van de minister slaagde, het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen werden ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 augustus 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.