ECLI:NL:RVS:2012:BX6241
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J.M. Schuyt
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico Ashraf groep
De vreemdeling, een alleenstaande vrouw die stelt tot de Ashraf-groep te behoren, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister wees dit verzoek af, stellende dat er een binnenlands vestigingsalternatief in Noord-Somalië aanwezig is, ook voor personen behorend tot de Ashraf en alleenstaande vrouwen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende is ingegaan op de betekenis van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Salah Sheekh, waarin is vastgesteld dat de Ashraf systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandelingen.
Verder heeft de minister niet kenbaar gemaakt of de combinatie van de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling (alleenstaand zijn en behoren tot de Ashraf) en de algemene situatie van geweld in Somalië leidt tot een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op onmenselijke behandeling.