Uitspraak
200907178/1/R3reeds is overwogen ten aanzien van een zogenoemde zichtlocatie geldt voor deze gronden dat deze niet uit zichzelf een zodanig bijzondere geschiktheid hebben maar dat bepalend is hoe de gronden op grond van het bestemmingsplan mogen worden ingericht en gebruikt. Hetzelfde geldt in dit geval, waar het een zogenoemde molenbiotoop betreft. De vraag of en, zo ja, in welke mate, rekening wordt gehouden met een molenbiotoop blijkt ook pas bij de vaststelling van het bestemmingsplan.