ECLI:NL:RVS:2012:BX6819
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Oeigoer wegens risico terugkeer China
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 2 september 2011 de aanvraag van een vreemdeling, een Oeigoer, om een verblijfsvergunning asiel af. De voorzieningenrechter verklaarde dit besluit op 27 september 2011 gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de Chinese autoriteiten op de hoogte zouden raken van het asielverzoek van de vreemdeling in Nederland en of er een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestond bij terugkeer naar China.
De Raad van State oordeelde dat het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken alleen betrekking heeft op landen die China omringen en niet op Nederland, zodat het niet aannemelijk is dat de Chinese autoriteiten in Nederland op de hoogte zijn van het asielverzoek. Tevens werd geoordeeld dat het standpunt van de minister dat niet aannemelijk is dat een Oeigoer bij terugkeer naar China een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro deugdelijk is gemotiveerd.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.