ECLI:NL:RVS:2012:BX7451
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken schriftelijke aanzegging en doeltreffend rechtsmiddel
De vreemdeling werd door de minister opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten bij een terugkeerbesluit van 24 januari 2011. Dit besluit werd gehandhaafd bij een besluit op bezwaar van 5 april 2011. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar verklaarde het bezwaar tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat niet aannemelijk was gemaakt dat eerdere aanzeggingen schriftelijk aan de vreemdeling waren gedaan en dat er geen doeltreffend rechtsmiddel tegen deze aanzeggingen bestond. Hierdoor kon het terugkeerbesluit niet worden aangemerkt als een herhaling van eerdere administratieve vaststellingen zonder belang voor beoordeling.
Verder werd vastgesteld dat het terugkeerbesluit ten onrechte een vertrektermijn onthield wegens een vermeend risico op onderduiken, omdat dit niet was gebaseerd op objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria zoals vereist volgens de Terugkeerrichtlijn en de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 5 april 2011, en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Tevens werd de minister opgedragen bij een nieuw besluit op bezwaar te beslissen over het verzoek tot vergoeding van kosten in de bezwaarfase.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 5 april 2011 wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.