Uitspraak
201011920/8/R3.
200806026/1/M2heeft overwogen, een horecavoorziening een geurgevoelig object in de zin van de Wgv. Voorts is de bed & breakfast aan te merken als een geurgevoelig object in de zin van die wet, aangezien deze bestemd is voor menselijk verblijf en daarvoor permanent of daarmee vergelijkbaar wordt gebruikt. Ter zitting is door de raad erkend dat de horecavoorziening en de bed & breakfast gebouwd kunnen worden binnen een afstand van 50 m tot de intensieve veehouderij die op het perceel [locatie 19] ligt en dat hiermee geen rekening is gehouden bij het vaststellen van het plan. In hetgeen [appellante sub 18] heeft aangevoerd ziet de Afdeling daarom aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit is in zoverre in strijd met artikel 3:2 en Pro artikel 3:46 van Pro de Awb.
201003331/1/A4, waarin het standpunt van het college dat zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het nabijgelegen Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast, niet onredelijk is geacht. In hetgeen [appellanten sub 21] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad ter zake geen aansluiting mocht zoeken bij de door het college gemaakte beoordeling. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat het bestemmingsplan en de vergunning op grond van de Nbw 1998 zien op dezelfde ontwikkeling. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad er redelijkerwijs op voorhand van had moeten uitgaan dat het plan op dit punt niet uitvoerbaar is.
200102937/1heeft de Afdeling zelf voorziend goedkeuring onthouden aan artikel 4.7.1, onder e, van de planvoorschriften uit het voorgaande plan, voor zover het de zinsnede 'met uitzondering van het beplanten van houtgewas in het kader van agrarische wisselteelt' betrof ten aanzien van het door de SBEO genoemde gebied 3 "Boterwijk".
