ECLI:NL:RVS:2012:BX8718
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en recht op opvang asielzoeker tijdens hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen en het beroep werd door de voorzieningenrechter ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening dat hij niet uitgezet wordt en aanspraak heeft op opvang en verstrekkingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had het hoger beroep aangehouden in afwachting van een prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie. De minister verzette zich niet tegen het verzoek om niet uitgezet te worden, maar stelde dat de opvang via het COa geregeld moest worden.
De Raad van State oordeelde dat het niet verenigbaar is met het beginsel van loyale samenwerking dat de minister de vreemdeling naar het COa verwijst om de aanspraak op opvang nogmaals te laten vaststellen. De minister moet ervoor zorgen dat het COa de opvang en verstrekkingen feitelijk biedt zolang het hoger beroep loopt.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en gelastte de minister te zorgen voor opvang en verstrekkingen door het COa. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet en krijgt gedurende het hoger beroep opvang en verstrekkingen via het COa.