Uitspraak
200900517/1/H3, terecht heeft overwogen, gelden geen beperkingen ten aanzien van de feiten of omstandigheden die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken, nu in het Besluit geen nadere omschrijving is gegeven van de eis dat de leidinggevenden niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn en ook gelet op het feit dat de tekst van artikel 8 van Pro de DHW noch de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling tot een andere opvatting dwingt. Anders dan [appellant] betoogt mocht het college daarom ook andere dan in het Besluit opgenomen aspecten bij de beoordeling van het levensgedrag van [appellant] betrekken.