Uitspraak
201107706/1/A2), bevat artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, aanhef en onder 3˚, van de Awir een onweerlegbaar rechtsvermoeden. Degene die in de GBA op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven en uit wiens relatie met de belanghebbende een kind is geboren, wordt voor de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen geacht partner van de belanghebbende te zijn. De term kind dient in dit verband grammaticaal te worden uitgelegd. Daarbij is niet van belang, door wie het wordt onderhouden en waar het woont. Artikel 4, eerste lid, van de Awir is niet van toepassing, nu deze bepaling een ander doel heeft. Nu uit de relatie van [wederpartij] en [persoon] een kind is geboren, heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de Belastingdienst [persoon] ten onrechte als toeslagpartner van [wederpartij] heeft aangemerkt.