ECLI:NL:RVS:2012:BX9264
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verblijfsvergunning voor vreemdeling in TBS-kliniek
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State toetst terughoudend de uitoefening van de discretionaire bevoegdheid van artikel 3.4, lid 3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De minister had gemotiveerd dat de vreemdeling niet verschilde van andere illegale vreemdelingen in TBS-klinieken en dat het beleid van de TBS-kliniek het verlenen van verlof aan illegale vreemdelingen uitsluit. Dit beleid en de voorwaarde van rechtmatig verblijf in de Verlofregeling TBS rechtvaardigen volgens de minister de weigering.
De vreemdeling voerde aan dat hierdoor zijn behandeling stagneert en dat hij levenslang in de TBS-kliniek zonder uitzicht op vrijlating zou moeten verblijven, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. De Raad van State oordeelt dat in deze procedure geen inhoudelijke toetsing aan het EVRM kan plaatsvinden en dat de beoordeling van de TBS-maatregel en verlof aan de rechter is voorbehouden.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.