ECLI:NL:RVS:2012:BX9303
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 6 juni 2011 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 10 januari 2012. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft in haar beoordeling onder meer de implementatie van artikel 32 van Pro de Procedurerichtlijn (2005/85/EG) besproken en bevestigd dat dit artikel niet in strijd is met het nationale beoordelingskader omtrent het ne bis in idem-beginsel. Tevens is overwogen dat artikel 34, tweede lid, van de Procedurerichtlijn niet in het Nederlandse recht is geïmplementeerd, maar dat dit niet leidt tot een andere uitkomst.
De overige aangevoerde grieven zijn niet voldoende om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. De Raad van State verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.