ECLI:NL:RVS:2012:BX9530
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over verblijfsrecht familieleden van Unieburgers die in eigen lidstaat wonen en in andere lidstaat werken
Deze zaak betreft twee hoger beroepen tegen besluiten van de minister van Immigratie, Integratie en Asiel waarin aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsdocument op grond van het Unierecht werden afgewezen. Vreemdeling S is familielid van een Nederlandse werknemer die in Nederland woont en deels in België werkt, terwijl vreemdeling G familielid is van een Nederlandse werknemer die in België woont en dagelijks heen en weer reist naar zijn werkgever in België.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de vraag onderzocht of deze familieleden van Unieburgers, die in hun lidstaat van nationaliteit wonen maar in een andere lidstaat werken, een verblijfsrecht aan het Unierecht kunnen ontlenen. De Afdeling heeft uitgebreid het toepasselijke Unierecht, met name de richtlijn 2004/38/EG, artikelen 20 en 21 van het VWEU, en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie (Singh, Eind, Carpenter) besproken.
De Afdeling concludeert dat het geldende Unierecht niet duidelijk maakt dat deze vreemdelingen in Nederland recht op verblijf hebben, maar sluit niet uit dat een dergelijk verblijfsrecht op het Unierecht gebaseerd zou kunnen worden. Daarom stelt de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om hierover duidelijkheid te verkrijgen.
De behandeling van de hoger beroepen wordt geschorst totdat het Hof uitspraak heeft gedaan. De Afdeling benadrukt dat de richtlijn en jurisprudentie niet expliciet voorzien in situaties waarin een burger van de Unie in zijn eigen lidstaat woont maar in een andere lidstaat werkt en dat de vraag of familieleden in die omstandigheden een verblijfsrecht hebben, onduidelijk is.
Uitkomst: De behandeling van de hoger beroepen wordt geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over het verblijfsrecht van familieleden van Unieburgers die in hun lidstaat wonen en in een andere lidstaat werken.