Uitspraak
201107159/1/A1), te beslissen omtrent het verlenen van ontheffing aan het project, zoals daarvoor ontheffing is aangevraagd. Indien een project op zichzelf voor het college aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het college heeft uiteengezet dat het de door [wederpartijen] aangedragen locaties in nauw overleg met de politie op geschiktheid heeft onderzocht en het de thans voorliggende locatie als meest geschikt heeft beoordeeld. Het college heeft zich in dit verband in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de urilift op de voorgenomen locatie het meest effectief is om wildplassen tegen te gaan, omdat deze is gelegen in een drukke straat, waar het uitgaanspubliek het uitgaanscentrum in- en uitgaat, voorzien op zichtafstand van de horecagelegenheden maar, gelet op privacyoverwegingen, niet midden tussen het die gelegenheden in- en uitstromend publiek. Volgens het college zou de locatie tegenover [locatie] tot onveilige situaties kunnen leiden, nu deze dichterbij de horecagelegenheden is gelegen. Ten aanzien van de locatie in de steeg tussen de Peperstraat en het Straatje Achter de Muur heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de voor het plaatsen van de urilift vereiste toestemming van de eigenaren van de aangrenzende panden niet is verkregen. Gelet op het voorgaande, bestaat geen grond voor het oordeel dat aan het college op voorhand duidelijk moest zijn dat de verwezenlijking van de voorgedragen alternatieven gelijkwaardige alternatieven vormen met aanmerkelijk minder bezwaren. De rechtbank heeft dit niet onderkend.