ECLI:NL:RVS:2012:BY0144
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat visum geen terugkeerbesluit is en vernietiging herroeping terugkeerbesluit
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft een vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten bij een terugkeerbesluit van 18 augustus 2011. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde het besluit en herroept het terugkeerbesluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat een visum niet kan worden aangemerkt als een terugkeerbesluit zoals bedoeld in artikel 62a, lid 2 van de Vreemdelingenwet 2000. Een visum bevat niet de vereiste schriftelijke administratieve beslissing die een terugkeerverplichting oplegt of een termijn voor vrijwillig vertrek vermeldt. De minister stelde ten onrechte dat de vrije termijn van het visum gelijk is aan een vertrektermijn.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het terugkeerbesluit herroept en haar uitspraak in de plaats stelt van het vernietigde besluit. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,00. Het hoger beroep werd kennelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de herroeping van het terugkeerbesluit door de rechtbank wordt vernietigd.