ECLI:NL:RVS:2012:BY0149
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid voortduren vreemdelingenbewaring na opschorting uitzetting Guinee
De vreemdeling werd op 21 augustus 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Guinee. Tijdens de inbewaringstelling was de presentatie bij de Guinese autoriteiten gepland en werd zijn nationaliteit bevestigd. Later werd een laissez passer verstrekt. Pas op 24 augustus 2012 werd de minister bekend dat de uitzettingen naar Guinee waren opgeschort.
De vreemdeling stelde dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was omdat de opschorting al bekend zou zijn geweest, en dat plaatsing in een Justitiële Jeugdinrichting in strijd was met voorschriften. De Raad van State oordeelde dat het betoog over de JJI niet in eerste aanleg was ingebracht en daarom niet ontvankelijk was.
De Raad stelde vast dat het zicht op uitzetting bij inbewaringstelling nog bestond, maar vanaf 24 augustus 2012 ontbrak. Het voortduren van de bewaring vanaf 25 augustus was daarmee onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, en een schadevergoeding toegekend over de periode van 25 tot 30 augustus 2012.
Uitkomst: De voortzetting van de vreemdelingenbewaring vanaf 25 augustus 2012 is onrechtmatig verklaard en een schadevergoeding toegekend.