ECLI:NL:RVS:2012:BY0370
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bouwvergunning en vrijstelling voor uitbreiding winkelpand te Roosendaal
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal verleende op 27 juli 2010 een bouwvergunning en vrijstelling voor de uitbreiding van een winkelpand aan de locatie te Roosendaal. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 1 maart 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda vernietigde dit besluit op 5 oktober 2011 en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
In het hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de bouwvergunning ten onrechte was verleend aan een niet-bestaande rechtspersoon, dat het voorbereidingsbesluit onrechtmatig was en dat het college was uitgegaan van een onjuiste feitelijke situatie. De Raad van State verwierp deze bezwaren. De aanvraag om bouwvergunning dateerde van 9 september 2003 en het college hoefde niet bekend te zijn met de ontbinding van de rechtspersoon.
Verder oordeelde de Raad dat het voorbereidingsbesluit rechtsgeldig was genomen en gemotiveerd was, en dat het niet noodzakelijk is dat een planherziening in voorbereiding is voor het nemen van een voorbereidingsbesluit. Ook was het betoog dat het college vergunning verleende op basis van een onjuiste feitelijke situatie niet gegrond, omdat de ruimtelijke onderbouwing duidelijk de projectlocatie aangaf.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit tot verlening van de bouwvergunning en vrijstelling is ongegrond verklaard.