ECLI:NL:RVS:2012:BY0412
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade door bouw mobiele telefonie mast
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade nadat het college een bouwvergunning verleende voor een mobiele telefonie mast nabij zijn bedrijfsperceel. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant door de bouw van de mast in een planologisch nadeliger positie is gekomen, waardoor de waarde van zijn bedrijfsperceel zou zijn verminderd. Appellant stelde dat potentiële kopers geen waarde meer zouden toekennen aan de planologische mogelijkheid om een bedrijfswoning te realiseren.
De Raad van State oordeelde dat het realiseren van een bedrijfswoning niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kon worden uitgesloten, maar dat het advies van deskundigen voldoende aannemelijk maakte dat de bouw van de mast geen negatieve invloed had op de waarde van het perceel. Appellant had dit niet met een deskundigenrapport weerlegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.