ECLI:NL:RVS:2012:BY1692
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op vergoeding rechtsbijstand bij echtscheidingsprocedure zonder tegenspraak
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een beslissing van de Raad voor Rechtsbijstand die een korting van drie punten toepaste op de vergoeding voor verleende rechtsbijstand in een echtscheidingsprocedure. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat er wel degelijk sprake was van tegenspraak, onderbouwd met een zakelijke toelichting en een beschikking van de rechtbank Roermond. De Raad voor Rechtsbijstand en de rechtbank gaven echter een strikte uitleg aan het begrip tegenspraak, waarbij het ontbreken van een inhoudelijk verweer en het niet indienen van een verweerschrift doorslaggevend waren.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat er tijdens de procedure inhoudelijk verweer was gevoerd. De mannelijke wederpartij had geen verweerschrift ingediend en maakte geen gebruik van de mogelijkheid financiële stukken in te dienen. De procedure werd daarom als niet op tegenspraak beschouwd, waardoor de korting terecht was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De korting van drie punten op de vergoeding voor verleende rechtsbijstand wordt bevestigd omdat de procedure niet op tegenspraak is gevoerd.